50 Jaar Stonewall Riots: de nacht dat het genoeg was

Jul 26, 2019

50 jaar geleden hield de New Yorkse politie een zoveelste inval in een homobar: de Stonewall Inn in Christopher Street. Het was de druppel. Homo’s, lesbiennes, transgenders, drag queens en queers kwamen in opstand in wat zou leiden tot de Stonewall Riots, een nieuw hoofdstuk in de emancipatiestrijd van holebi’s en transgenders. Antwerp Pride neemt je mee naar die bewogen nacht in New York.

Party time
Zijn moeder was net de deur uit of Maria – toen nog Steve – Ritter stond voor haar kleerkast. Hij wist perfect welke jurk hij die avond zou dragen: een zwart-witte cocktailjurk met korte mouwen, een diepe uitsnijding op de rug en een bescheiden decolleté. Zijn moeder was stevig gebouwd, gelukkig maar, en bij Steve kwam de jurk tot net boven de knie. Sexy maar chic. De hoge hakken en de zwarte kousen zouden de look compleet maken. Ideaal om die nacht zijn achttiende verjaardag te vieren. Straks zou hij naar zijn beste vriend Kiki gaan. Ze zouden zich omtoveren tot de vrouwen die ze eigenlijk waren en ze zouden naar de Stonewall Inn gaan. Voor het eerst mocht Steve er legaal binnen. Niet meer met smoesjes en een vals pasje voorbij de bonkige buitenwippers proberen te geraken, maar eindelijk feesten als de (meerderjarige) beesten. De vrijheid lonkte. De wereld van Maria ‘Steve’ Ritter zag er geweldig uit.

Onderinspecteur Seymour Pine van de Moral Squad van de New York Police Department schonk zich de tweede kop koffie van de dag in en vroeg zich af in wat voor een wereld hij eigenlijk leefde. De woorden van de barman van de Stonewall Inn spookten nog steeds door zijn hoofd nadat ze afgelopen dinsdag de bar waren binnengevallen om de voorraad illegale alcohol in beslag te nemen. “Als jullie dat willen meenemen, doe maar. Morgen zijn we gewoon terug open,” had de ober hem afgesnauwd.

Vanavond zou het anders zijn, troostte hij zich. Vanavond zouden ze niet enkel de flessen meenemen, maar alles: de jukeboxen, het meubilair, de toog… alles. Eens zien of Fat Tony, de eigenaar van de keet, daarmee kon lachen. Pine nam de koffie mee naar zijn bureau. Ze hadden de Stonewall Inn al langer in het vizier. Al van toen Interpol melding maakte van een fraudezaak met kasbons in Europa. Het onderzoek liep naar New York en de bar in Christopher Street. Wellicht weer zo’n homoseksuele Wall Street-bankier die werd afgeperst door de maffia. Vanavond zouden ze ook een paar van dat slag arresteren. Dat was goed voor de cijfers en meestal deden ze toch niks, buiten wat jammeren dat ze hun job zouden verliezen of dat hun naam in de krant zou komen. Seymour Pine hing zijn jasje over zijn bureaustoel en ging zitten. God, wat was het al warm.

“Nee, dat is goed. See you tonight, then”, sprak Craig Rodwell in de hoorn, haakte in en keek op. Doorheen het raam van zijn Oscar Wilde Memorial Bookshop keek hij uit op een zonovergoten Mercer Street in Greenwich Village. Waarom had hij net toegezegd om vanavond te gaan bridgen met dit weer? De eerste echte hete zomerdag van het jaar. Maar goed, daarna zouden ze met hun vieren nog ergens iets gaan drinken. The Stonewall, misschien? Waarom had hij opgekeken? Er stond iemand wat te roepen op straat, maar het was niet duidelijk tegen wie. Is dat Marsha aan de overkant?

Het was 27 juni 1969 en in The Village in New York was het een vrijdag als een andere.

Stereotypes
Een etmaal later zou de wereld van de New Yorkse en bij uitbreiding Amerikaanse holebi’s en transgenders anders zijn. Niet dat er al voordien geen opstootjes waren geweest met de politie of demonstraties. Van Los Angeles tot Philadelphia hielden lokale organisaties geregeld protestacties. Het is immers een woelig tijdsgewricht in de hele westerse wereld. In Parijs kwamen de studenten op straat, de Black Panthers laten van zich horen, er is de Vietnam-oorlog, John en Yoko ontvangen de pers in hun bed in het Hilton in Amsterdam… Overal ter wereld hangt er ‘iets’ in de lucht en de prille holebi- en transgenderbewegingen putten kracht uit het gevoel dat er beterschap op komst is. In New York kijkt men daarbij naar Europa waar de situatie op dat moment anders is. Beter? Anders.

Het hoeft niet gezegd dat het leven van een holebi of transgender in het New York van de jaren zestig geen vrolijk songfestival was. Je kon ontslagen worden, je kon gearresteerd worden, je kon thuis buitengesmeten worden wegens je geaardheid… Weinigen beleefden die geaardheid openlijk en diegenen die het wel deden, hadden meestal toch al niet veel meer te verliezen.

Ontmoetingsplaatsen waren er weinig. Volgens de strenge horecawetgeving mochten bareigenaars homo’s weigeren. Mensen van hetzelfde geslacht mochten niet met elkaar dansen en je moest conform je gender gekleed gaan. Cruisen kon je in een park als Kew Garden in de wijk Queens, maar daar liep ’s nachts een burgerwacht om homo’s uit het park te knuppelen of ze kapten de bomen. Of je kon in een van de laadbakken terecht van de trucks die geparkeerd stonden langs de Hudson, maar ook dat was niet zonder gevaar. Geregeld werd er iemand uit de ri­vier gevist. In elkaar geslagen en verdronken. De weinige homobars die er waren, waren vaak in handen van de maffia die hun klanten chanteerden of ze werden bezocht door de zedenpolitie die soms graag een graantje meepikte.

In het verhaal van de Stonewall Riots zitten veel heerlijke stereotypes, maar geen zo groot als de eigenaar van de bar: Fat Tony. Zoon van een van de machtigste maffiabonzen in New York. Zelf geen homo en wellicht hield hij de bar open om zijn vader te jennen, die vaak in een Italiaanse colère schoot omdat hij zijn zoon naar de beste scholen had gestuurd en die nu zijn opleiding vergooide aan het runnen van een ‘nichtenbar’. Samen met Tony the Sniff en ene Joey had Fat Tony het uitgebrande restaurant Stonewall Inn voor een appel en een ei gekocht en een beetje opgelapt.

Een nachtje stappen in de Stonewall was niet ‘Puttin on the Ritz’. Het was een groezelige bar. Als je door de stalen inkomdeur stapte en was goedgekeurd door Blonde Frankie, de buitenwipper, moest je je naam in een boek noteren. Op weekdagen betaalde je 1 dollar aan de inkom, in het weekend 3 dollar. Twee drankjes waren in de prijs inbegrepen. Links had je de vestiaire en rechts – oppassen voor de trede – stapte je de zwartgeschilderde bar binnen.
Stromend water was er niet. Dat betekende dat glazen in een teiltje water werden gespoeld. Je dronk er dus maar beter uit het flesje. De alcohol was ofwel illegaal gestookt, ofwel aangelengd met water. De flessen Jack Daniel’s of Gordon’s achter de bar stonden er vooral voor de show. De toiletten stroomden vaak over en het rook er naar het ‘putteke’.

Maar de Stonewall had een grote troef: een dansvloer. Je kon er dansen met wie je maar wilde. En dat was uniek. Voor tien cent kon je een nummer kiezen op de jukebox, drie voor een kwartje. Het was de reden waarom de Stonewall zo populair was, ondanks zijn groezelige reputatie. Hierdoor werd de Stonewall al snel na de opening in 1967 een belangrijke en geliefde uitgaans­plek. Iedereen kwam er: homo, lesbo, zwart, wit, trans, zakenmensen, sekswerkers, jong, ouder, dakloos, soms heterovrouwen en vaak politie in burger.

“Waarom doen jullie godverdomme niks!”
Ook die vrijdagavond. Voor de inval had Seymour Pine vier undercoveragenten de bar ingestuurd. Twee mannen, twee vrouwen. Het was hun taak om de ogen open te houden zodat ze achteraf in de rechtbank konden getuigen. En bij arres­taties moesten de vrouwelijke agenten de travestieten en transgenders meenemen naar het toilet om te controleren wie in drag en wie transgender was. Transgenders werden vrijgelaten, travestieten werden gearresteerd.

Op zaterdag 28 juni om 1.20 ’s nachts zei Seymour Pine tegen zijn mannen: ‘Let’s go, fellas!” Dat uur was vrij laat voor een politie-inval. De maffia en de politie hadden immers een soort van gentleman’s agreement dat invallen vroeg op de avond zouden gebeuren, als er nog niet te veel volk in de zaak was en er nog niet veel geld in de kassa zat. Maar nu gingen de lichten aan – het teken van een inval – op het moment dat het feestje in volle gang was. Op het moment dat ‘I can’t get no satisfaction’ van de Rolling Stones uit de jukebox klonk. Maria Ritter probeerde nog door een raam in de toiletten te ontsnappen. Tevergeefs.

Aanvankelijk verliep de inval zoals gepland. De klanten werden in een rij tegen de muur gezet zodat hun identiteit gecheckt kon worden en een van de politieagenten contacteerde een nabijgelegen bureau om versterking. Maar vreemd genoeg oordeelde het bureau dat de vraag niet dringend was. Pine zat onmiddellijk met een probleem, want hij had maar één celwagen bij en te weinig manschappen.

En er gebeurde nog iets onverwachts. De travestieten en transgenders die door de vrouwelijke agenten op hun gender gecontroleerd moesten worden, begonnen te protesteren. Ze werkten niet mee, vuurden oneliners af. Ondertussen werden sommige klanten vrijgelaten. Ze mochten beschikken, maar in plaats van weg te gaan, ble­ven de meesten buiten voor de Stonewall Inn staan wachten. Op vrienden die nog binnen zaten of gewoon om te kijken wat er zou gebeuren. Dat lokte omstanders aan, en algauw werd de groep buiten groter. De sfeer was toen nog oké. Er werd gelachen, er werden wat grapjes gemaakt over de flikken die Betty Badge of Lily Law werden genoemd en als er iemand werd vrijgelaten en de Stonewall verliet, gebeurde dat met veel theater, hilariteit en applaus. Binnen wist de politie niet dat er zich buiten stilaan een menigte vormde. Ze probeerde nog steeds om versterking te vragen, maar die kwam maar niet.

Voor de Stonewall Inn was veel ruimte voor de menigte die zich vormde langs een drukke verkeersader. Er waren veel telefooncellen in de buurt en een metrostation. Als je dus snel vrienden wou optrommelen, had je alles bij de hand. En dat gebeurde ook. Al snel ging het nieuws dat er voor de tweede keer in één week een razzia was in de Stonewall Inn, rond in de gemeenschap.
Ondertussen werd de sfeer grimmiger. Sommige mensen werden hardhandig uit de bar en in de celwagen gesleurd, en dat zinde de menigte niet. Er werd met muntjes gegooid als een politieman zich liet zien en de grapjes werden scheldwoorden. De spanning zwelde aan.

Waardoor het vuur echt in de pan sloeg, is na vijftig jaar nog steeds een reden tot discussie. Op een bepaald moment werd een stevige lesbienne gearresteerd omdat ze te mannelijk gekleed was. Ze verzette zich tegen haar arrestatie en de politie pakte haar hardhandig aan. “Waarom doen jullie godverdomme niks”, schreeuwde ze naar de menigte. Het was wellicht – nogmaals er is veel discussie over – de schreeuw die nodig was. Een fles vloog door de lucht en versplinterde vlak bij een van de agenten. Werd deze fles gegooid door de illustere heldin Marsha P. Johnsson? De ene bron beweert van wel, een andere zegt dat Marsha pas later bij de rellen betrokken was. En wellicht zal het een discussie blij–ven. Hoedanook, de rellen waren begonnen.

“We are the Stonewall girls”
De menigte – een kleine duizend mensen – wou weer binnengaan in de Stonewall. De situatie werd zo erg dat de politie zich moest verschansen in de bar. De deuren die ooit bedoeld waren om de flikken buiten te houden, moesten hen nu binnen houden en beschermen tegen een woeden­de massa. Er was versterking op komst, maar dat duurde nog even. Een in brand gestoken vuilnisbak werd tegen het raam gegooid, die weliswaar gebarricadeerd was, maar er was wel rook.

Seymour Pine, een man met een uitste­kende staat van dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog en die voor het leger een handboek had geschreven over ‘hand-to-hand combat’, zou later in een interview toegegeven dat hij “zeer bezorgd” was. De snelheid en de felheid waarmee de ‘jeanetten’ zich tegen de flikken hadden gekeerd, was totaal onverwacht.

De versterking maakte de situatie er niet beter op. De oproerpolitie in gevechtskledij werkte als een rode lap op de menigte. Die had een stapel kasseien ontdekt, die door de lucht vlogen. Alles waarmee
gegooid kon worden, werd een wapen.

Als er nog steeds discussie is over wie de eerste aanzet gaf tot de rellen, dan weten we wel zeker wie er in de frontlinie stond van het gevecht. Het waren vooral de straatjongens, de zwarte transgenders, de sekswerkers, de drag queens en de nich­ten die tegenover de gepantserde politie stonden en in mindere mate de witte cishomo.

Het waren de meest kwetsbaren die voor de falanxen van de politie de armen in elkaar haakten en op de tonen van ‘tarara-boem-di-ee’ hun al dan niet in netkousen gehulde benen en stiletto’s in de lucht zwierden en scandeerden: ‘We are the Stonewall girls/We wear our hair in curls/We wear no underwear/We show our pubic hair.’ Humor was een belangrijk ingrediënt van de Stonewall Riots, maar de woede die er onder zat, mag daarom niet worden onderschat. Slogans als ‘Gay Power’ en ‘We are the Pink Panthers’ waren de soundtrack. Hoewel er veel geduwd en getrokken werd, werd er ook vaak stevig geknokt.

Een heerlijk ooggetuigenverslag gaat over een politieagent die zijn matrak bovenhaalde om een latino nicht te knuppelen, waarop die tegen de flik zei: ‘How would you like my big Latino dick up your tiny Irish ass.’ Naar verluidt was de agent zo geshockeerd dat hij bevroor en de man kon ontkomen.

De massa – ondertussen een paar duizend – maakten het Lily Law ook niet makke­lijk. De straten rondom Christopher Street waren een wirwar en vaak smal. Telkens wanneer de politie een charge uitvoerde, verdween de menigte in de straatjes vaak om op te duiken achter de politie. Ondertussen was het sluitingstijd bij andere bars in de wijk en dat bracht nog meer volk op straat die onmiddellijk wisten hoe de vork aan de steel zat en mee vochten. Ook hetero’s die het gedrag van de politie afkeurden.

Rond 3.30 uur keerde de rust weer en kon de politie de menigte uit elkaar drijven. Hoewel er veel builen en wonden te zien waren, was het opmerkelijk dat er niet meer slachtoffers zwaargewond waren geraakt tijdens deze rellen. Moegestreden zakten de meeste strijders af. Nu ja, moegestreden. Naar verluidt moest er in de laadbakken in de trucks aan de Hudson nog wat afgereageerd worden en waren er behoorlijk wat seksfeestjes die nacht. De politie had immers de handen vol, dus veilig was het wel.

De week erna zou het in Christopher Street nog tot confrontaties komen met de politie en in de weken en maanden die volgden, waren er nog verschillende kleine maar vaak zeer mediagenieke protestacties. Heel wat Amerikaanse holebi-organisaties werden opgericht, soms van korte duur, maar dat er een nieuwe tijd aanbrak, was wel zeker. Een jaar later werden de rellen herdacht met de allereerste Gay Pride, waar Craig Rodwell mee de drijvende kracht werd.

Hoewel de Stonewall Riots een zeer Ameri­kaans gegeven zijn, waar nog steeds veel discussie rond is, zijn ze uitgegroeid tot een metafoor die ook in Europa een weer­klank heeft gekregen. In vele Duitse steden, bijvoorbeeld, wordt Christopher Street Day elk jaar gevierd, de Britse LGBTQI+ organisatie heet ‘Stonewall’.

Vijftig jaar later worden de laatste lijnen van dit artikel getikt op het moment dat de Amerikaanse president Donald Trump een verbod instelt op transgenders in het leger. Het is intriest dat uitgerekend in dit jubileumjaar die doelgroep, die destijds mee op de barricades stond, nu opnieuw het slachtoffer is van een intolerante, onverdraagzame overheid. En ook in ons land telt Unia een stijging in klachten rond homofobie. De strijd is nog lang niet gestreden. En dus met z’n allen, meiden: ‘Weeeee are the Stonewall girls!”

Door Wilfried Eetezonne